18 februari 2020

Een curator mag niet altijd alles opeisen of verkopen

Door Mechteld van Veen-Oudenaarden

De Faillissementswet is streng.

De curator krijgt de bevoegdheid de bezittingen van de schuldenaar te verkopen, waardoor die zijn geld, auto, huis en andere zaken kwijtraakt. De opbrengst ervan moet de curator verdelen onder de schuldeisers. Om dit doel te bereiken mag de curator woningen binnentreden, post van de schuldenaar openmaken, de schuldenaar in uiterste gevallen gijzelen. Het is soms een ondankbare taak deze maatregelen uit te voeren.

>> Heeft u een vraag over dit onderwerp? Laat hier uw gegevens achter. <<

Taak van de curator

Het faillissement is net een trog, met daarin te weinig voer (lees: geld) om alle schuldeisers uit te laten eten. Het is aan de curator de trog zo veel mogelijk te vullen, en daarbij alle stakeholders bij een Faillissement datgene te doen toekomen waar hij/zij recht op heeft.

Curator mag huis dat onder water staat niet zomaar verkopen

Een hypotheekhouder kan zich buiten het faillissement om verhalen op het onderpand. Zij kan de betreffende woning verkopen via een executieveiling, en uit de opbrengst de hypotheeklening aflossen. Om een faillissement voortvarend af te wikkelen, en niet nodeloos op een treuzelende bank te wachten, kan de curator een bank een redelijke termijn stellen, om de veiling van de woning af te ronden. Doet de bank dan nog niets, dan kan de curator het huis opeisen. Zie hierover mijn eerdere weblog over dit onderwerp. Als een huis ‘onder water’ staat, dus minder waard is dan de daarop rustende hypotheekschuld, heeft opeising door de curator geen zin voor de bank, terwijl de schuldenaar op straat staat. De grote belangen van de betrokken bank en de schuldenaar, tegenover het afwezige danwel zeer geringe belang van de boedel, leiden ertoe dat in dergelijke omstandigheden de curator misbruik van recht maakt, als hij toch tot opeising en verkoop van de woning overgaat.

Curator moet ook redelijk omgaan met de belangen van de bank

Verder dient de termijn die de curator stelt, redelijk te zijn. Een executieverkoop organiseer je immers niet in een week; daar is meer voor nodig. Het stellen van te korte termijnen, of het strak handhaven van een eerder gestelde termijn terwijl de curator de indruk wekt dat hij de hypotheekhouder voldoende tijd zal gunnen, kan ook misbruik van recht opleveren, zo besliste de Hoge Raad. Dit doet te veel afbreuk aan de gerechtvaardigde belangen van de hypotheekhouder. Heeft u een vraag over dit onderwerp, dan kunt u uiteraard contact met mij opnemen.

Mechteld van Veen-Oudenaarden

Advocaat/associate partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

16 juni 2026

De ondernemer en zijn privévermogen: altijd beschermd?

Ondernemers kunnen op verschillende manieren actief zijn. Zij kunnen bestuurder of directeur-grootaandeelhouder (DGA) zijn van een BV, zelfstandig ondernemer zijn met een eenmanszaak of vennoot zijn binnen een Vennootschap Onder Firma (VOF).

Lees meer

Lees meer over

2 juni 2026

Décharge bij verenigingen

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of bestuurders van een vereniging zich op de verleende décharge konden beroepen naar aanleiding van het beleid rond een groot project (de bouw van het clubhuis).

Lees meer

Lees meer over

11 maart 2026

De vof, de vennoten en aansprakelijkheid voor vorderingen

Naast de bekende besloten vennootschappen en eenmanszaken wordt er vaak ook ondernomen in een vennootschap onder firma (vof), waarbij er twee of meer vennoten zijn.

Lees meer

Lees meer over

2 maart 2026

Operational en financial lease: wat zijn de verschillen in het kader van bedrijfsfinanciering?

Het onderscheid tussen operational lease en financial lease is van belang binnen het kader van bedrijfsfinancieringen.

Lees meer

Lees meer over

17 februari 2026

WHOA-afkoelingsperiode: rechter eist harde realiteit

De afkoelingsperiode is een belangrijk instrument binnen de WHOA, bedoeld om schuldenaren met liquiditeitsproblemen tijdelijk rust te geven om een akkoord voor te bereiden. Recente rechtspraak laat echter zien dat rechters dit instrument streng toepassen. Drie recente uitspraken uit 2025 maken duidelijk: zonder realistische en uitvoerbare onderbouwing strandt het verzoek.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen