ongelijke inbreng in een voorhuwelijkse gemeenschappelijke woning

7 oktober 2025

Hoe gaat u om met ongelijke inbreng in een voorhuwelijkse gemeenschappelijke woning bij echtscheiding?

Door Marcella Verwoerd

Op 21 maart 2025 heeft de Hoge Raad helderheid verschaft over het antwoord op de vraag hoe u omgaat met een meerinbreng in een woning die voor het huwelijk gezamenlijk is gekocht. Hierdoor was er voor het huwelijk nog een vordering op de andere partner die minder had ingebracht. Maar hoe werkt het als u vervolgens trouwt in de beperkte gemeenschap van goederen?

De zaak waar de Hoge Raad over oordeelde (ECLI:NL:HR:2025:436) toont aan hoe complex de vermogensrechtelijke afwikkeling kan zijn, op het moment dat er bij aanvang van het huwelijk geldvorderingen bestonden op de andere partner die al dan niet wegvallen door het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen.

Wat speelde er in deze zaak?

Partijen hadden een affectieve relatie met elkaar en kochten samen een woning, waarvan zij ieder voor de helft eigenaar waren. De man had echter de volledige koopsom van de woning uit privévermogen betaald. Dit maakte dat hij nog een vordering op de vrouw had voor de helft van het door hem betaalde bedrag. Daarnaast hadden partijen verbouwd. De verbouwing was onder meer betaald door middel van een gezamenlijke lening van partijen bij de bank. Deze lening had de vrouw juist weer voor een deel afgelost met privégelden uit de opbrengst van haar woning en zij stelde dat zij een vordering had op de man voor de helft van hetgeen zij had afgelost.

De vraag die in deze zaak voorlag, was of de vergoedingsrechten die partijen stelden op elkaar te hebben, in de beperkte gemeenschap van goederen vielen.

Juridisch kader

Sinds de invoering van de wet waarmee de beperkte gemeenschap van goederen in het leven is geroepen, bestaat er zowel in de rechtspraak als in de literatuur veel discussie over de betekenis van artikel 1:94 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek. Uit artikel 1:94 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de gemeenschap onder meer alle schulden omvat betreffende goederen die al vóór de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden.

In dit geval behoorde de woning al aan beide echtgenoten gezamenlijk toe voordat zij met elkaar trouwden, zodat gesteld zou kunnen worden dat schulden die verband hielden met deze woning, dus eveneens in de gemeenschap zouden vallen. De vraag die van belang is, is wanneer ‘betreft’ een schuld een goed dat aan de echtgenoten voor de aanvang van het huwelijk aan hen samen toebehoorde?

Blijft het vergoedingsrecht in stand?

De Hoge Raad heeft duidelijk aangegeven dat de schuld van de ene partner aan de partner die meer heeft ingebracht bij de aankoop van de woning, niet onder dit artikel valt. De schuld die de vrouw had bij de man, bleef dus in stand.

Voor de schuld die de man aan de vrouw had, lag het nog iets gecompliceerder. De lening die was aangegaan voor de verbouwing, behoort namelijk wel tot de schulden die op grond van artikel 1:94 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek in de beperkte gemeenschap van goederen vallen. Maar omdat de vrouw al voor het huwelijk een groter deel van de schuld had afgelost dan de man, had de vrouw al een regresvordering op de man gekregen. De man had dus al een schuld bij de vrouw en ook deze schuld valt volgens de Hoge Raad dan niet in de gemeenschap.

De Hoge Raad heeft aldus geconcludeerd dat beide schulden niet in de beperkte gemeenschap van goederen zijn gevallen en partijen dienen de schulden over en weer dus alsnog te voldoen.

Wat betekent dit voor u?

Het is van belang dat er helderheid is over de vraag of er sprake is van een privévordering van de ene op de andere echtgenoot, voordat je toekomt aan de vraag of die schuld al dan niet in gemeenschap is gevallen. Voor het ontstaan van een vordering, moet er een juridische grondslag zijn.

Tips die wij alvast kunnen meegeven zijn:

  • Documenteer alles: zorg ervoor dat je zowel voor en anders tijdens het huwelijk een goed overzicht hebt van alle gezamenlijke en individuele bezittingen, schulden en financiële transacties: dit helpt bij een eerlijke verdeling.
  • Zoek juridisch advies: neem contact op met een advocaat die gespecialiseerd is in het familierecht om je rechten en plichten te begrijpen en zo je juridische positie in kaart te brengen;
  • Overweeg mediation: mediation kan helpen om een constructieve dialoog te voeren met je partner en kan leiden tot een meer gedragen oplossing.

Meer informatie

Wenst u duidelijkheid over uw juridische positie in het kader van een (voorgenomen) echtscheiding? Neem dan gerust contact op met één van onze familierechtadvocaten. Wij adviseren u graag.

Marcella Verwoerd

Advocaat/mediator

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

10 september 2026

Vastleggen van alimentatieafspraken; wenselijk?

Is het vastleggen van alimentatieafspraken wenselijk? In deze blog leg ik uit waarom het verstandig kan zijn om hier goede afspraken over te maken.

Lees meer

Lees meer over

26 augustus 2026

Dag van de Scheiding

Op vrijdag 11 september 2026 is het de Dag van de Scheiding. Deze dag is in het leven geroepen door de vereniging Familie- en Erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). Op de Dag van de Scheiding kunt u bij ons terecht voor gratis persoonlijk advies.

Lees meer

Lees meer over

25 augustus 2026

Een vergoedingsrecht, wat betekent dat eigenlijk bij echtscheiding?

Vaak gaat het bij een echtscheiding over vergoedingsrechten. Maar wat is een vergoedingsrecht eigenlijk?

Lees meer

Lees meer over

7 juli 2026

Hoger beroep alimentatie maar toch betalen

Soms wordt gedacht dat na een beslissing over de te betalen alimentatie direct hoger beroep moet worden ingesteld omdat de uitspraak van de rechter niet juist zou zijn.

Lees meer

Lees meer over

7 juli 2026

Bijdrage in de kosten voor 18 tot 21 jarigen, het blijft moeilijk

Ouders zijn onderhoudsplichtig voor hun kinderen. Zolang de kinderen minderjarig zijn, wordt kinderalimentatie door de ene ouder aan de andere betaald.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen