Deze zaak (ECLI:NL:GHARL:2025:1292) benadrukt hoe complex de vermogensrechtelijke afwikkeling in een echtscheiding kan zijn, zelfs wanneer een schadevergoeding in beginsel als privévermogen wordt aangemerkt.
Wat speelde er in deze zaak?
In 2014 raakte een vrouw betrokken bij een ernstig verkeersongeval. Zij ontving hiervoor een schadevergoeding van circa € 350.000. Op dat moment was zij gehuwd in gemeenschap van goederen. Acht jaar later, in 2022, dienden partijen gezamenlijk een verzoek tot echtscheiding in.
Tijdens de echtscheiding ontstond discussie over de omvang van de gemeenschap met betrekking tot de schadevergoeding. Partijen waren het erover eens dat een bedrag van € 164.870 als verknocht vermogen moest worden aangemerkt. Verknochtheid betekent dat een goed of vermogen zo persoonlijk verbonden is aan één persoon dat het buiten de gemeenschap valt. Dit geldt bijvoorbeeld voor immateriële schadevergoedingen, zoals smartengeld. Het geschil spitste zich toe op het resterende bedrag van € 185.130. Op het moment van de echtscheiding was hiervan nog slechts € 20.000 aanwezig. Het overige deel, € 165.130, was tijdens het huwelijk besteed aan gezamenlijke uitgaven. De vrouw stelde dat dit gehele bedrag tot haar privévermogen behoorde en dat zij een vordering had op haar voormalige echtgenoot. Haar echtgenoot betwistte dit.
Verloren verknochtheid
Het hof overwoog dat uitsluitend het deel dat nog aantoonbaar aanwezig was, in dit geval € 20.000 buiten de verdeling van de gemeenschap viel en derhalve privévermogen van de vrouw bleef. Het resterende bedrag van € 165.130 was tijdens het huwelijk besteed aan gezamenlijke kosten en daardoor niet meer individueel te traceren.
De verknochtheid was, zo oordeelde het hof, feitelijk verloren gegaan door de vermenging met de gezamenlijke uitgaven. De vordering van de vrouw werd dan ook afgewezen.
Juridisch kader
Volgens de wet omvat de gemeenschap van goederen in beginsel alle tegenwoordige en toekomstige goederen van beide echtgenoten, tenzij de wet uitdrukkelijk een uitzondering maakt. Een belangrijke uitzondering betreft goederen die aan één van de echtgenoten “verknocht” zijn. Deze vallen buiten de gemeenschap voor zover de aard van de verknochtheid zich tegen opname in de gemeenschap verzet.
Schadevergoedingen voor immateriële schade, zoals smartengeld, worden in de rechtspraak doorgaans als verknocht aangemerkt. De uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt echter dat verknochtheid begrensd is.
Conclusie
Een schadevergoeding valt in sommige gevallen buiten de gemeenschap van goederen, bijvoorbeeld als sprake is van verknochtheid. Belangrijk is echter dat dit alleen geldt voor het deel dat nog aantoonbaar aanwezig is. Zodra de gelden zijn besteed aan gezamenlijke uitgaven, worden zij geacht te zijn opgegaan in de gemeenschap en verliezen zij hun privékarakter.
Wat betekent dit voor u?
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige omgang met ontvangen schadevergoedingen tijdens het huwelijk. Ook indien (een deel van) de vergoeding een strikt persoonlijk karakter heeft, kan dit privékarakter verloren gaan zodra de gelden worden besteed aan gemeenschappelijke uitgaven.
Meer informatie
Wenst u duidelijkheid over uw juridische positie in het kader van een (voorgenomen) echtscheiding, gelet op verkregen schadevergoeding? Neem dan gerust contact op met één van onze familierechtadvocaten. Wij adviseren u graag.