Hoe-wordt-alimentatie-berekend-voor-internationals
Hoe-wordt-alimentatie-berekend-voor-internationals

Hoe wordt alimentatie berekend voor internationals? (deel III)

In de vorige twee blogs over alimentatie berekenen voor internationals stonden de kosten voor expat-kinderen centraal. In deze blog zoem ik in op de partneralimentatie. Referentiekader voor het bepalen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan partneralimentatie is de welstand van het huwelijk. Het inkomen van expats is vaak opgebouwd uit een basisinkomen, vermeerderd met verschillende soorten ‘allowances’. De vraag rijst wat de invloed van deze allowances is op de behoefte aan alimentatie.

Wat zijn de verschillende ‘allowances’?

De meest voorkomende allowances zijn de household allowance, dependency allowance, de expatriation allowance, de education allowance, de hardship allowance, de post Adjustment en de housing allowance. Organisaties als EPO, Estec en OPCW kennen dergelijke allowances. De VN en ICC bijvoorbeeld werken met een post adjustment. Alle allowances dienen een specifiek doel. Het voert te ver om deze hier uit een te zetten.

Wat is de invloed van deze allowances op de behoefte aan partneralimentatie?

De behoefte van de onderhoudsgerechtigde wordt gesteld op het bedrag dat nodig is om een staat te voeren die in redelijkheid passend is voor hem of haar, bezien in het licht van de welstand van het huwelijk. Deze behoefte wordt vastgesteld aan de hand van een onderbouwd behoefteoverzicht. De zogenaamde 60% regel doet in de praktijk in standaardgevallen nog wel dienst, maar in expat-situaties (zeker geen standaardgevallen) is deze regel minder geschikt.

De rechtspraak is casuïstisch. Soms wordt wel rekening gehouden met de allowances en soms niet. Het hangt er vanaf of de alimentatiegerechtigde in Nederland of in het buitenland woont. Een voorzichtige conclusie lijkt te zijn dat als de allowance betrekking heeft op hogere kosten in een land waar de onderhoudsgerechtigde niet meer woont na echtscheiding, die allowance niet tot uiting komt in de behoefte. De onderhoudsgerechtigde was dit inkomen wel gewend, maar het vormt geen noodzaak voor de uitgaven van de toekomst. Vergoedingen die verband houden met ongemakken in het land van de onderhoudsplichtige lijken ook niet thuis te horen bij de bepaling van de behoefte van degene die die ongemakken niet meer heeft (denk aan gevarenvergoedingen). In de andere gevallen lijkt het erop dat allowances worden gezien als een inkomstenbron, waaraan beiden gewend waren en waarop het uitgavenpatroon ingericht is geweest. De onderhoudsgerechtigde woont nog altijd in het buitenland en heeft dus nog altijd min of meer een expat-status, reden waarom de daarmee gepaard gaande kosten in het behoefteoverzicht opgevoerd mogen worden.

Onderdeel van de welstand van echtgenoten vormen de allowances. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval keren deze terug bij de vaststelling van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan partneralimentatie. Neem bij vragen gerust contact op met Marjet Groenleer (m.groenleer@gmw.nl, 070-3615048).