25 juli 2017

Eindelijk meer duidelijkheid over de berekeningswijze van de billijke vergoeding

Door Godelijn Boonman

Sinds 1 juli 2015 hebben werknemers onder bepaalde omstandigheden recht op een billijke vergoeding.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van juni 2017 meer helderheid gegeven over de berekeningswijze van de vergoeding. In deze blog vertel ik u hier meer over.

1. Wat is de billijke vergoeding?

Indien de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld bij het beëindigen van het dienstverband kan de werknemer, naast de transitievergoeding, recht hebben op een billijke vergoeding. De wet noemt (niet uitputtend) een aantal situaties waarin het recht sowieso bestaat, zoals onterechte ontbinding, schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde, opzegging zonder toestemming van het UWV, opzegging in strijd met een opzegverbod, opzegging in strijd met een discriminatieverbod en het niet naleven van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO).

2. Wat zegt de wetgever over de berekeningswijze?

De wetgever heeft de berekening van de billijke vergoeding geheel aan de rechter overgelaten. Wel merkte de wetgever op dat de hoogte van de vergoeding ‘in relatie moet staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever en niet tot de gevolgen van het ontslag’. Hoe dit in praktijk moest worden toegepast, was echter onduidelijk.

3. Hoe werd de billijke vergoeding berekend door lagere rechters?

Rechters hanteerden verschillende berekeningswijzen. In een zaak voor de rechtbank Oost-Brabant werd de billijke vergoeding berekend door de transitievergoeding te vermenigvuldigen met twee. De kantonrechter in Rotterdam nam de ernst van het gedrag van de werkgever als uitgangspunt en sloot aan bij de bijzondere omstandigheden van het geval. Hij keek daarbij ook naar het te verwachten verlies aan inkomen en pensioen.

Een rechter in Amsterdam trok weer een andere lijn door de kantonrechtersformule toe te passen. Sommige rechters namen enkel het verwijtbaar handelen als uitgangspunt, andere rechters sloten juist aan bij de schade. Kortom: de jurisprudentie liep sterk uiteen.

4. Wat zegt de Hoge Raad?

De Hoge Raad heeft nu de volgende richtlijnen gegeven voor het vaststellen van de billijke vergoeding:

  • De rechter dient de billijke vergoeding te bepalen op een wijze die aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.
  • Hierbij kan acht worden geslagen op de duur van het dienstverband, de reden waarom de werknemer om een billijke vergoeding verzoekt en de hoogte van het loon.
  • Voor zover de gevolgen zijn toe te rekenen aan het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, mag de rechter de gevolgen van het ontslag meewegen. In dat geval kan gekeken worden naar het misgelopen loon, de arbeidsmarktkansen en toekomstige inkomsten.
  • De mate waarin de werkgever een verwijt valt te maken, speelt een rol.
  • Een eventueel aan de werknemer verschuldigde transitievergoeding dient te worden meegewogen.
  • De billijke vergoeding heeft geen punitief karakter. Het opleggen van een hoge boete louter als straf is dus niet toegestaan.

5. Nog steeds geen echte zekerheid

De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat bij het vaststellen van de billijke vergoeding rekening mag worden gehouden met de gevolgen van het ontslag. Indien de werknemer een slechte positie op de arbeidsmarkt heeft, kan de vergoeding hoog oplopen. Anderzijds is duidelijk geworden dat de billijke vergoeding geen punitief karakter heeft. De rechter zal steeds alle omstandigheden in ogenschouw moeten nemen en aan de hand daarvan moeten motiveren hoe de billijke vergoeding tot stand is gekomen. Kortom: de Hoge Raad heeft met zijn arrest van juni 2017 iets meer houvast gegeven, maar er is nog steeds geen zekerheid.

Mocht u verdere vragen hebben over dit onderwerp? GMW advocaten helpt u graag verder.

 

Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met Jana Nowotny.

Godelijn Boonman

Advocaat/partner

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

14 juli 2026

Versterking positie Europese ondernemingsraad

Veel multinationals met meerdere vestigingen in Europese landen hebben een Europese Ondernemingsraad (EOR). Op grond van de Europese richtlijn en de Nederlandse Wet op de Europese Ondernemingsraden hebben werknemers van zo’n multinationale onderneming medezeggenschapsrechten bij grensoverschrijdende besluiten van de onderneming, zoals bij verplaatsing van productie, herstructurering en reorganisaties.  Die Europese richtlijn is onlangs gewijzigd.

Lees meer

Lees meer over

26 mei 2026

Pensioencompensatie: een hot topic

Precies een jaar geleden schreef ik een blog over de gevolgen van ontslag voor het al dan niet krijgen van pensioencompensatie vanuit de pensioenuitvoerder.

Lees meer

Lees meer over

21 april 2026

Ontslag van werknemer bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Als werkgever kunt u het dienstverband met een zieke werknemer beëindigen na 104 weken ziekte. Dit kan via een vaststellingsovereenkomst of met een ontslagvergunning van het UWV. Maar wanneer kunt u precies zo'n ontslagvergunning aanvragen?

Lees meer

Lees meer over

13 april 2026

Vete rond verplichte scholing

Als het behalen van een diploma noodzakelijk is voor het uitoefenen van een functie en de werkgever deze scholing eist, stuurt en/of organiseert, is een studiekostenbeding nietig. De studiekosten hiervoor mag hij dan niet terugvorderen. Dit bleek onlangs weer in een rechtszaak.

Lees meer

Lees meer over

25 maart 2026

Conflict of functioneringsproblematiek?

Over een werknemer komen de nodige klachten binnen. De werknemer kan niet samenwerken met collega’s en in teams en ook met diverse, achtereenvolgende leidinggevenden kan de werknemer niet door één deur.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen