De werknemer werkte deels vanuit huis. Binnen de organisatie moeten medewerkers dagelijks via een digitaal systeem aan geven waar zij werken. Aan deze registratie zijn automatisch reiskostenvergoedingen gekoppeld. Daarnaast beschikt de werkgever over toegangsgegevens en inloggegevens, waarmee de opgegeven werklocatie kan worden gecontroleerd.
Aannemelijk
Uit intern onderzoek bleek dat de werknemer op 21 werkdagen had aangegeven op kantoor te zijn, terwijl hiervoor geen bevestiging kon worden gevonden in de toegangs- en inloggegevens. De werknemer kon hiervoor ook geen consistente verklaring geven en hij slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk op kantoor aanwezig was geweest.
De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Daarbij speelden verschillende factoren een belangrijke rol:
- De onjuiste registraties vonden niet incidenteel plaats, maar 21 keer in drie maanden.
- De werknemer was zich ervan bewust dat hij zijn locatie correct moest registreren.
- De registratie had gevolgen voor de automatische uitbetaling van reiskosten.
- De werknemer gaf wisselende en onvoldoende geloofwaardige verklaringen.
- De werkgever mocht vertrouwen op een juiste en integere registratie van aanwezigheid, zeker binnen een organisatie
waar thuiswerken wordt gefaciliteerd.
- Een goed gedocumenteerd dossier door de werkgever, gecombineerd met hoor en wederhoor, vergrootte de kans dat het ontslag op staande voet door de rechter werd toegekend aanzienlijk.
Opvallend is dat de rechter benadrukte dat een financieel motief niet noodzakelijk is. Zelfs als een financieel voordeel niet het oogmerk van de werknemer en zijn handelingen is, kan het bewust verstrekken van onjuiste informatie alsnog voldoende zijn om het vertrouwen van de werkgever en daarmee de arbeidsrelatie ernstig te schaden.
Proceskosten
Omdat het ontslag rechtsgeldig was, had de werknemer geen recht op een billijke vergoeding, een transitievergoeding of een vergoeding wegens onregelmatige opzeg ging. Sterker nog: de werknemer werd door de rechter veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van ruim € 6.250 bruto aan de werkgever, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast moest hij de proceskosten betalen.
Zorgvuldig en voortvarend onderzoek doen blijft essentieel
De uitspraak laat zien dat werkgevers zorgvuldig moeten handelen voordat zij overgaan tot ontslag op staande voet. Bunq ontdekte op 13 maart een afwijking, stelde vervolgens een onderzoek in, confronteerde de werknemer met de bevindingen, en gaf hem gelegenheid om uitleg te geven. Pas daarna volgde op 20 maart het ontslag.
Volgens de rechter handelde de werkgever daarmee voldoen de voortvarend én zorgvuldig. Dit onderstreept dat ‘onverwijld’ niet betekent dat een werkgever direct moet ontslaan zodra een vermoeden ontstaat. Er mag eerst onderzoek plaatsvinden, mits dat voortvarend wordt uitgevoerd.
Vrijheid
Voordat je een werknemer op staande voet ontslaat, is het dus cruciaal om eerst zorgvuldig feitenonderzoek te verrichten, bewijs veilig te stellen en de werknemer de gelegenheid te geven om zijn kant van het verhaal toe te lichten. De uitspraak bevestigt daarnaast dat integriteit en betrouwbaarheid zwaar wegen, zeker in een werkomgeving waarin werknemers veel vrijheid krijgen om zelf hun werkplek en werktijden te organiseren. Het bewust onjuist registreren van aanwezigheid kan leiden tot een onherstelbare vertrouwens breuk en daarmee een rechtsgeldig ontslag op staande voet.
Meer informatie
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of behoefte aan juridisch advies? Neem dan gerust contact met ons op.
Rechtbank Rotterdam, 4 december 2025, ECLI (verkort): 15747
Dit artikel verscheen eerder in Management Rendement.