Langdurige arbeidsongeschiktheid
Van langdurige arbeidsongeschiktheid is sprake als de werknemer langer dan 104 weken (of bij een loonactie opgelegd door het UWV maximaal 156 weken) niet in staat is om, al dan niet met aanpassingen, te werken in zijn eigen werk en herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk is. In dat geval kunt u als werkgever vragen om toestemming de werknemer te mogen ontslaan (in de volksmond ook wel ontslagvergunning genaamd).
De werkgever moet hierbij aantonen dat herstel binnen zes maanden niet mogelijk is en dat de werknemer niet herplaatst kan worden.
Voordat de 104 weken arbeidsongeschiktheid verstreken zijn, geldt er een opzegverbod. Wat betekent dat u als werkgever de arbeidsovereenkomst met de zieke werknemer in principe niet kan opzeggen en u verplicht bent (minimaal 70% van) het loon door te betalen gedurende die tijd. Zoals eerder kort aangehaald, kan deze periode van 104 weken verlengd worden als het UWV een loonsanctie oplegt. Wanneer het UWV een loonsanctie oplegt is dat omdat het UWV vindt dat de werkgever niet voldoende heeft gedaan in het kader van de re-integratie en wordt maximaal 52 weken de loondoorbetalingsverplichting verlengd.
Wanneer ontslagvergunning aanvragen?
Een werkgever kan een ontslagvergunning aanvragen als de werknemer langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is. Belangrijk is dat u de aanvraag niet te vroeg wordt ingediend, namelijk niet langer dan 8 weken voor afloop van de 104 weken. De behandeling van de aanvraag duurt gemiddeld 4 weken en de vergunning is vervolgens 4 weken geldig. Doet de werkgever de aanvraag dus te vroeg, dan krijgt de werkgever de vergunning op het moment dat het opzegverbod nog geldt.
Let wel: als u de aanvraag vóór het verstrijken van 104 weken ziekte wilt indienen, is het belangrijk dat het UWV al een RIV-beoordeling heeft uitgevoerd. De ontslagvergunning is namelijk niet bedoeld om een eventuele loonsanctie ongedaan te maken.
Verklaring van de bedrijfsarts
Volgens de wet kan een arbeidsovereenkomst alleen worden opgezegd als het aannemelijk is dat de werknemer binnen 26 weken niet zal herstellen en in die periode ook geen aangepast werk kan verrichten. Het is aan het UWV om te beoordelen of aan deze voorwaarden is voldaan.
Daartoe vraagt het UWV de werkgever om een verklaring van de bedrijfsarts. In deze verklaring moeten de volgende vragen worden beantwoord:
- Wat zijn de huidige (medische) mogelijkheden van de werknemer voor werkhervatting?
- Wat is de prognose voor de komende 26 weken in de eigen functie?
- Wat is de prognose voor het eigen werk in aangepaste vorm (bijvoorbeeld met aanpassingen in uren, rooster of taken)?
De bedrijfsartsverklaring stelt het UWV in staat zich een oordeel te vormen over de toekomstige re-integratiemogelijkheden van de werknemer. Zo wordt voorkomen dat ontslag wordt toegekaan bij een werknemer wiens mogelijkheden nog gaan toenemen in de komende 26 weken.
Met andere woorden, de bedrijfsartsverklaring is een belangrijk document in de procedure rond langdurige arbeidsongeschiktheid, omdat het inzicht geeft in de medische situatie en toekomstverwachting van de werknemer. Dit helpt het UWV bij het beoordelen of ontslag terecht is.
UWV procedure
De ontslagprocedure bij het UWV verloopt schriftelijk en duurt gemiddeld 4 tot 6 weken. De belangrijkste stappen zijn:
- Indiening ontslagaanvraag: de werkgever dient de aanvraag in bij het UWV.
- Controle op volledigheid: het UWV controleert de aanvraag en vraagt eventueel aanvullende informatie op.
- Verweer werknemer: als de aanvraag compleet is, wordt deze naar de werknemer gestuurd en krijgt de werknemer 14 dagen de tijd om schriftelijk te reageren.
- Eventueel tweede reactieronde: bij complexe zaken kan een tweede ronde volgen waarin beide partijen opnieuw kunnen reageren.
- Beslissing: het UWV beslist of de werkgever toestemming krijgt voor ontslag.
Als het UWV toestemming geeft, moet u als werkgever binnen 4 weken een opzeggingsbrief sturen. De opzegtermijn start dan, waarbij de periode van de UWV-procedure mag worden afgetrokken. Er moet hierbij minimaal 1 maand opzegtermijn overblijven.
Transitievergoeding
Tot slot: de werknemer heeft recht op een transitievergoeding, die binnen 1 maand na einde dienstverband moet worden uitbetaald. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband van de werknemer en diens salaris. Deze vergoeding is bedoeld om de overgang naar een nieuwe baan te vergemakkelijken.
Kortom, de ontslagprocedure bij langdurige arbeidsongeschiktheid kent specifieke wettelijke vereisten. Heeft u hier vragen over, neem dan gerust contact met ons op.