8 januari 2021

De rechter in een WHOA-traject

Door Christiaan Mensink

Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking getreden.

In twee eerdere blogs bespraken wij de rol en functie van de herstructureringsdeskundige en de observator. In deze blog behandelen we de rol van de rechter in een WHOA-traject.

Welke rechter is bevoegd?

Verzoeken op grond van de WHOA moeten worden ingediend bij de afdeling faillissementen van de rechtbank in de woonplaats van de verzoekende partij. Dit kan de woonplaats van de schuldenaar zijn die het akkoord aanbiedt, maar dat hoeft niet altijd het geval zijn. Zo kan een verzoek ook worden ingediend door een schuldeiser, aandeelhouder of ondernemingsraad. Heeft een rechtbank eenmaal een WHOA-traject gestart, dan blijft deze rechtbank het gehele traject bevoegd. Er kunnen nooit twee rechtbanken zich tegelijk bezighouden met één WHOA-traject.

De hoofdregel is dat de rechtbank WHOA-kwesties niet-openbaar behandelt in de raadkamer. Dit is alleen anders als sprake is van een openbare akkoordprocedure.

De beperkte rol van de rechter in een WHOA-traject

De rol van de rechter in een WHOA-traject is in beginsel beperkt. De rechter komt in de regel pas een rol toe bij de beoordeling van het homologatieverzoek. De rechter komt alleen eerder in beeld als er bijzondere verzoeken worden gedaan, zoals die tot afkondiging van een afkoelingsperiode of aanstelling van een herstructureringsdeskundige. Ook kan de schuldenaar of herstructureringsdeskundige in het WHOA-traject aan de rechter verzoeken uitspraak te doen over procedurele vragen. Dit kunnen bijvoorbeeld vragen zijn over de (voorgenomen) klassenindeling of over de afwijzingsgronden voor homologatie.

De rechter heeft bovendien ook de bevoegdheid om op verzoek een herstructureringsdeskundige of observator aan te stellen. Eenmaal betrokken bij een WHOA-traject, kan de rechter ook ambtshalve voorzieningen treffen die zij/hij nodig acht.

Conclusie

De rol van de rechter in een WHOA-traject is in beginsel beperkt. In de meeste gevallen zal de rechter alleen hoeven te beslissen op een verzoek tot homologatie van een WHOA-akkoord, helemaal aan het einde van het traject. Slechts in een aantal situaties komt aan de rechter een grote rol toe, bijvoorbeeld als wordt verzocht om tussentijds een oordeel te geven over vragen met betrekking tot de totstandkoming van het akkoord of om een voorziening te treffen ter bescherming van de belangen van de schuldeisers.

Heeft u een vraag over dit onderwerp, neem dan gerust contact met mij op. Meer informatie over de WHOA vindt u op onze WHOA-pagina.

 

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

16 juni 2026

De ondernemer en zijn privévermogen: altijd beschermd?

Ondernemers kunnen op verschillende manieren actief zijn. Zij kunnen bestuurder of directeur-grootaandeelhouder (DGA) zijn van een BV, zelfstandig ondernemer zijn met een eenmanszaak of vennoot zijn binnen een Vennootschap Onder Firma (VOF).

Lees meer

Lees meer over

2 juni 2026

Décharge bij verenigingen

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of bestuurders van een vereniging zich op de verleende décharge konden beroepen naar aanleiding van het beleid rond een groot project (de bouw van het clubhuis).

Lees meer

Lees meer over

11 maart 2026

De vof, de vennoten en aansprakelijkheid voor vorderingen

Naast de bekende besloten vennootschappen en eenmanszaken wordt er vaak ook ondernomen in een vennootschap onder firma (vof), waarbij er twee of meer vennoten zijn.

Lees meer

Lees meer over

2 maart 2026

Operational en financial lease: wat zijn de verschillen in het kader van bedrijfsfinanciering?

Het onderscheid tussen operational lease en financial lease is van belang binnen het kader van bedrijfsfinancieringen.

Lees meer

Lees meer over

17 februari 2026

WHOA-afkoelingsperiode: rechter eist harde realiteit

De afkoelingsperiode is een belangrijk instrument binnen de WHOA, bedoeld om schuldenaren met liquiditeitsproblemen tijdelijk rust te geven om een akkoord voor te bereiden. Recente rechtspraak laat echter zien dat rechters dit instrument streng toepassen. Drie recente uitspraken uit 2025 maken duidelijk: zonder realistische en uitvoerbare onderbouwing strandt het verzoek.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen