In deze blog bespreek ik wanneer een huurprijs van een bedrijfsruimte door de rechter kan worden gewijzigd, welke criteria daarbij een rol spelen en vanaf wanneer deze eventuele nieuwe huurprijs geldt. Lees hieronder verder, of bekijk de video aan het einde van dit bericht.
Bij aanvang van een huurovereenkomst komen de huurder en verhuurder de hoogte van de huurprijs van de bedrijfsruimte overeen. In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat huurder en verhuurder het samen niet eens worden over een wijziging van de huurprijs. Zowel de huurder als de verhuurder kan dan de rechter verzoeken om op basis van een deskundigenrapport de huurprijs te wijzigen.
Wanneer kan een huurprijs van een bedrijfsruimte opnieuw vastgesteld worden?
Bij huurovereenkomsten die zijn aangegaan voor bepaalde tijd of verlengd zijn met een bepaalde tijd, kan de huurprijs opnieuw vastgesteld worden na afloop van de overeengekomen huurtermijn.
Bij huurovereenkomsten die zijn aangegaan voor onbepaalde tijd, kan de huurprijs opnieuw worden vastgesteld 5 jaar nadat de laatstelijk overeengekomen huurprijs is ingegaan. Of 5 jaar nadat de huurprijs door een rechter is vastgesteld.
Het is afhankelijk van de huurovereenkomst hoeveel deskundigen er ingeschakeld moeten worden. En op welk moment de zaak aan de rechter voorgelegd wordt. Het is belangrijk dat de ingeschakelde deskundige onafhankelijk en deskundig is. Ook moet de deskundige aan de kwaliteitseisen van een vastgoedtaxateur voldoen.
Welke criteria spelen een rol bij de toetsing?
Om een redelijke nieuwe huurprijs te bepalen wordt er gekeken naar de geldende huurprijs van bedrijfsruimten in de buurt. Dit worden in de praktijk wel vergelijkingspanden genoemd. De bedrijfsruimten moeten wél relevant zijn voor de vergelijking met het gehuurde. Zo moet de bedrijfsruimte vergelijkbaar zijn qua grootte, indeling en staat. Ook de bereikbaarheid en de voorzieningen in en rondom de bedrijfsruimte zijn relevante factoren. Net als – tot op zekere hoogte – het soort bedrijf dat wordt uitgeoefend.
De vergelijkingspanden dienen ook ter plaatse te zijn. Dit betekent dat ze in de directe omgeving gelegen moeten zijn. Bijvoorbeeld in hetzelfde winkelgebied. Als er geen vergelijkbare bedrijfsruimten in de buurt zijn, dan wordt er gekeken naar verder weg gelegen bedrijfsruimten.
Tot slot worden alleen de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimten meegenomen, zoals deze golden in de afgelopen 5 jaar.
Als de deskundige geschikte vergelijkingspanden heeft gevonden, dan herleidt hij de huurprijzen tot een actuele huurprijs per vierkante meter en bepaalt op basis daarvan de nieuwe huurprijs. Daarover brengt hij advies uit aan de rechter.
Vanaf wanneer geldt een nieuwe huurprijs?
De rechter kan vervolgens dit advies opvolgen, maar is niet aan het advies gebonden. De rechter kan de vordering van de huurder of verhuurder afwijzen, een nieuwe huurprijs bepalen, of -als hij dit nodig acht- een nieuwe deskundige benoemen.
Als de rechter tot het oordeel komt dat de huurprijs inderdaad te sterk afwijkt van andere huurprijzen in de omgeving en er dus een nieuwe huurprijs moet worden vastgesteld, dan geldt de nieuwe huurprijs in beginsel vanaf het moment dat de vordering door de huurder of verhuurder bij de rechter is ingesteld. Of – als de rechter de deskundige heeft benoemd – vanaf het tijdstip dat het verzoek tot benoeming is gedaan. Als een van de partijen dit vordert, dan kan de rechter op grond van bijzondere omstandigheden ook een andere ingangsdatum van de nieuwe huurprijs bepalen.
De rechter kan bij de vaststelling ook bepalen dat de huurprijs gedurende een termijn van maximaal 5 jaar geleidelijk wordt aangepast. Hoewel het taxeren van vastgoed een vak apart is, is er ruimte om juridisch verweer te voeren tegen het deskundigenrapport. Denk hierbij aan de gekozen vergelijkingspanden, de wijze van taxeren, en de meetmethoden. Het is daarom van belang om tijdens een huurprijsherziening goed begeleid te worden.
De rechten van het kind bij ontruiming van een woning
Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.
De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk
Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.
De voorwaarden bij een bankgarantie tot opheffing van conservatoir beslag
Conservatoir beslag is een krachtig middel voor schuldeisers om hun verhaalspositie veilig te stellen voordat een rechter definitief over een vordering heeft geoordeeld. Voor de beslagene kan een beslag echter zeer ingrijpend zijn. De wet verplicht de beslaglegger daarom om het beslag op te heffen, als hij ‘voldoende zekerheid’ gesteld krijgt voor zijn vordering. Dat gebeurt meestal in de vorm van een bankgarantie. De vraag is wanneer zo’n bankgarantie voldoende is, en met name: wanneer moet zij uitkeerbaar zijn?
Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?
In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.
Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.