7 juli 2026
Hoger beroep alimentatie maar toch betalen
Soms wordt gedacht dat na een beslissing over de te betalen alimentatie direct hoger beroep moet worden ingesteld omdat de uitspraak van de rechter niet juist zou zijn.
Lees meer
9 juni 2026
Hoe zit het met het verrekenen van de waarde van de onderneming? In deze blog licht ik verschillende situaties toe.
In vervolg op mijn eerdere blog De onderneming bij echtscheiding in (beperkte) gemeenschap van goederen: hoe zit het met vergoedingsrechten? ga ik in deze blog in op de situatie waarin één van de echtgenoten een onderneming heeft en partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding dat niet is uitgevoerd. In sommige gevallen kan het zo zijn dat de andere echtgenoot bij echtscheiding recht heeft op een deel van de waarde van de onderneming. De verschillende situaties worden hieronder besproken.
In huwelijkse voorwaarden is regelmatig een periodiek verrekenbeding opgenomen. Dit verrekenbeding houdt in dat in principe jaarlijks het overgespaarde inkomen tussen de echtgenoten moet worden verdeeld. Met overgespaard inkomen wordt vaak het inkomen bedoeld dat overblijft na betaling van de reguliere kosten. Hiermee wordt geprobeerd te voorkomen dat de ene echtgenoot tijdens het huwelijk meer vermogen opbouwt dan de andere echtgenoot.
In de praktijk wordt tijdens het huwelijk vrijwel nooit periodiek verrekend. Echtgenoten vergeten dit en het kan veel gedoe met zich meebrengen. Indien bij echtscheiding blijkt dat niet periodiek is verrekend, kent de wet (artikel 1:141 BW) een vermoeden dat al het aan het einde van het huwelijk aanwezige vermogen, wordt vermoed te zijn gevormd uit het vermogen dat verrekend had moeten worden. Dit betekent in de praktijk dat ondanks de huwelijkse voorwaarden, het vermogen in principe bij helfte moet worden verdeeld.
Bij onderstaande situaties wordt zoals gezegd uitgegaan van huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding dat niet is uitgevoerd.
Indien een van de echtgenoten al voor het huwelijk een onderneming had, is het de vraag of tijdens het huwelijk overgespaard inkomen is gebruikt om te investeren in de onderneming en/of om af te lossen op schulden van de onderneming. Is dit niet het geval, dan heeft de andere echtgenoot geen recht op verrekening van de waarde van de onderneming. Is hiervoor wel overgespaard inkomen gebruikt, dan heeft de niet-ondernemende echtgenoot recht op evenredige verrekening van de waardestijging van de onderneming bij echtscheiding.
Indien de onderneming tijdens het huwelijk is opgericht, heeft de niet-ondernemende echtgenoot recht op evenredige verrekening van de waarde van de onderneming bij echtscheiding indien de onderneming (deels) is gefinancierd met te verrekenen overgespaard inkomen. Daarbij moet echter ook worden bedacht dat het inkomensbegrip onder het verrekenbeding soms ruimer kan zijn en ook ondernemingswinsten kan omvatten. In dat geval kan niet alleen van belang zijn of overgespaard inkomen rechtstreeks in de onderneming is geïnvesteerd, maar ook of binnen de onderneming winsten zijn opgepot die als te verrekenen vermogen moeten worden aangemerkt op grond van artikel 1:141 BW. Is daarvan geen sprake, dan heeft de niet-ondernemende echtgenoot in beginsel geen recht op verrekening van de waarde, al kan dat dus anders zijn wanneer ondernemingswinsten alsnog in de verrekening moeten worden betrokken.
Heeft u een vraag over dit onderwerp, neem dan gerust contact met mij op.