3 oktober 2016

Effect van beroep werknemer op bedenktermijn

Door GMW advocaten

Vele duizenden overeenkomsten tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst worden jaarlijks gesloten tussen werkgevers en werknemers.

Vele duizenden overeenkomsten tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst worden jaarlijks gesloten tussen werkgevers en werknemers. Slechts een handvol werknemers maakt gebruik van het sinds 1 juli 2015 bestaande recht onder een beëindigingsovereenkomst uit te komen door die binnen 14 dagen te ontbinden (de bedenktermijn). Een werknemer van Securelink maakt wel gebruik van dit wettelijke bedenkrecht. Met positieve en negatieve effecten, zo blijkt uit de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 23 augustus 2016.

Ontbinding arbeidsovereenkomst na beroep op bedenktermijn

Werkgever Securelink wil al binnen drie maanden na de start van de arbeidsovereenkomst afscheid nemen van een MT-lid wegens onvoldoende vertrouwen. Hij wordt direct op non-actief gesteld. De door een advocaat bijgestane werknemer stemt in met een beëindigingsovereenkomst, onder toekenning van één maandsalaris (€ 7.500,-). De werknemer bedenkt zich, ontbindt aldus de vaststellingsovereenkomst en houdt hij zich beschikbaar zijn werk te hervatten. Kort daarna laat de werknemer weten akkoord te kunnen gaan met een ontslagvergoeding van 12 maandsalarissen. Tot een nieuwe vaststellingsovereenkomst komt het niet, want op verzoek van de werkgever ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst, onder toekenning van een billijke vergoeding van € 10.000,- bruto.

Hof: ontbinding wegens door werkgever verstoorde arbeidsrelatie

De werknemer gaat in hoger beroep. Hij wil primair terug naar het werk, en subsidiair een hogere billijke vergoeding. Het gerechtshof is het met de kantonrechter eens dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Daarbij wijst het hof op de Wwz en de (weliswaar vervallen) UWV-beleidsregels, waarvan uitgangspunt is dat aannemelijk moet zijn dat de arbeidsrelatie ernstig én duurzaam is verstoord en dat herstel niet meer mogelijk is. Aan die Beleidsregels ontleent het hof dat de vraag wie schuld heeft aan de verstoorde arbeidsrelatie niet relevant is bij de beoordeling van het ontslagverzoek. Het hof ziet de plotse wens van de werkgever tot ontslag en de schorsing als voornaamste oorzaak van de verstoring.

Beroep op bedenktermijn draagt bij aan verstoorde arbeidsrelatie

Die verstoring heeft de werknemer verergerd, volgens het hof. Daarbij speelt een rol dat de werknemer zich had beroepen op de bedenktermijn, en niet bleek dat hij daadwerkelijk weer wilde werken maar alleen meer ontslagvergoeding wilde. Het hof deelt dus mede door die opstelling van de werknemer, de visie van de kantonrechter dat er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie, zonder dat er mogelijkheden zijn tot herplaatsing. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.

Beroep op bedenktermijn leidt tot hogere vergoeding

Het hof komt de werknemer vervolgens wel meer tegemoet dan de kantonrechter bij de billijke vergoeding. Die komt uit op € 30.000,- bruto. Uiteindelijk heeft het beroep op de bedenktermijn de werknemer dus toch geen windeieren gelegd: hij blijft tot 1 februari 2016 in dienst in plaats van tot 1 december 2015, en hij krijgt een vergoeding van € 30.000,- in plaats van € 7.500,-.

GMW-advocaten

GMW advocaten

Advocaat

Onze advocaten hebben ieder hun eigen specialistische expertise en ervaring. Wat zij met elkaar delen, is hun gedrevenheid en service gerichte aanpak. Met als doel: de beste oplossing voor onze cliënten bereiken.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over

25 november 2025

Vervanger gevonden, werk verloren

Wanneer een werknemer langdurig ziek is, zal de werkgever wellicht moeten nadenken over een vervanger om de werkzaamheden voort te kunnen zetten. Het probleem dat zich hierbij kan voordoen, is dat de zieke werknemer, zodra hij (al dan niet gedeeltelijk) hersteld is, niet meer wordt toegelaten tot zijn eigen werk. Dit is in strijd met de wet.

Lees meer

Lees meer over

4 november 2025

Nieuwe wet overgang van onderneming bij faillissement (WOVOF): gevolgen voor werknemers en doorstarters

Een jaar geleden verscheen op onze website een blog over bescherming van personeel bij doorstart uit faillissement. Toen en ook nu een actueel thema, want de Wet Overgang Van Onderneming in Faillissement (WOVOF) komt eraan.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen