Einde huur – woonruimte

Maak een vrijblijvende afspraak

Huurders van woonruimten worden in Nederland goed beschermd. Huurbescherming geldt voor huurders van zelfstandige en onzelfstandige woningen met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Er geldt géén huurbescherming indien:

  • indien de huur naar zijn aard van korte duur is (artikel 7:232 lid 2 BW);
  • uitsluitend tijdens de eerste 9 maanden wanneer er sprake is van hospita verhuur (artikel 7:232 lid 3 BW);
  • de huur plaatsvindt op grond van de leegstandwet;
  • er sprake is van tussenhuur/een diplomatenclausule;
  • er sprake is van een huurovereenkomst met een categorie huurder zoals genoemd in het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomsten.

Huurovereenkomst voor onbepaalde tijd

Per 1 juli 2024 is de Wet vaste huurcontracten in werking getreden. Daardoor is een tijdelijke huurovereenkomst van maximaal twee jaar in beginsel niet meer mogelijk (uitzonderingen daargelaten) en is een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd het uitgangspunt. Huurders met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd genieten huurbescherming.

Opzeggen van een huurovereenkomst

In het geval er sprake is van huurbescherming dient de verhuurder een valide reden te hebben om de huurovereenkomst door opzegging te laten eindigen. De opzegging dient voorts schriftelijk te geschieden en er moet een opzegtermijn in acht worden genomen door de verhuurder (minimaal 3 en maximaal 6 maanden, afhankelijk van het aantal jaren dat de huurder in het gehuurde woont). De verhuurder dient minimaal één van de in artikel 7:274 lid 1 BW genoemde opzeggingsgronden te hanteren.

Indien de verhuurder de huurovereenkomst opzegt en de huurder het daar niet mee eens is, blijft de huurovereenkomst doorlopen. De huurder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken nadat de opzeggingsbrief is verstuurd aan te geven of wordt ingestemd met het einde van de huurovereenkomst. In het geval niet of niet instemmend wordt gereageerd, zal de verhuurder naar de rechter moeten met als inzet om de huurovereenkomst te laten beëindigen. De kantonrechter zal vervolgens beoordelen of er een einde komt aan de huurovereenkomst en het gehuurde ontruimd moet worden. In het oordeel mag de kantonrechter alleen de in de opzeggingsbrief aangehaalde opzeggingsgronden toetsen.

De opzeggingsgronden

De opzeggingsgronden staan limitatief opgesomd in de wet (artikel 7:274 lid 1 sub a tot en met f BW) en bepalen kort gezegd dat een huurovereenkomst door opzegging kan eindigen indien:

  • de huurder zich niet als een goed huurder gedraagt, dat wil zeggen dat er niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. Gedacht kan worden aan wanbetaling, hennepteelt, onderverhuur of overlast;
  • er sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd met een uitdrukkelijk ontruimingsbeding (diplomatenclausule). Aan deze opzeggingsgrond zijn nadere voorwaarden verbonden;
  • de verhuurder het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Gedacht kan worden aan sloop of renovatie of omdat de verhuurder de woning zelf wil gaan bewonen. Hieronder vallen ook de categorieën huurders die worden genoemd in artikelen 7:274a – 274g BW. Gedacht kan worden aan campuscontracten en jongerencontracten;
  • de huurder weigert een redelijk aanbod voor een gewijzigde huurovereenkomst te accepteren. Deze opzeggingsgrond komt in de praktijk weinig voor;
  • de verhuurder de woning een bestemming wil geven die overeenkomt met het bestemmingsplan;
  • er sprake is van hospitaverhuur. Deze opzeggingsgrond geeft de verhuurder van een onzelfstandige woonruimte die in zijn eigen woning kamers (onder)verhuurt de mogelijkheid om de huurovereenkomst op te zeggen. Gedurende de eerste 9 maanden kan de huurovereenkomst echter zonder opgaaf van redenen door de verhuurder worden beëindigd;
  • een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet is verleend voor maximaal vijftien jaar en de huurovereenkomst is opgezegd tegen de dag waarop die omgevingsvergunning komt te vervallen;
  • de verhuurder een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en niet meer dan één woning verhuurt, tot verkoop van de woning wil overgaan en hij voorafgaand aan de huurovereenkomst ten minste twee jaar zelf in de woning heeft gewoond;
  • de huurder op grond van artikel 54d van de Woningwet de huur heeft voortgezet en achtentwintig jaar is geworden of, als de huurder overleden is, achtentwintig zou zijn geworden en de huurder en eventuele medehuurders andere passende woonruimte kunnen verkrijgen.

Op welke andere manieren kan een huurovereenkomst eindigen?

Ontbinden huurovereenkomst

  • Huurder kan buitengerechtelijk ontbinden (6:265-267 BW);
  • Ontbinding door huurder is niet snel gerechtvaardigd, behalve in expliciet geregelde gevallen, bijvoorbeeld onmogelijk genot of gevaar (7:279 BW);
  • Verhuurder moet voor ontbinding naar de kantonrechter, behalve bij sluiting van een woning door de burgemeester of indien het onmogelijk is om het huurgenot te verschaffen. (7:231 BW en 7:210 BW).

Voor de verhuurder gelden de volgende ontbindingsgronden:

  • Ontbinding wegens wanprestatie. Te denken valt aan een betalingsachterstand, hennepteelt, overlast of illegale onderverhuur (6:265 BW). Bij wanprestatie kan ook gekozen worden voor opzegging van de huurovereenkomst;
  • Ontbinding bij geheel onmogelijk worden van het verstrekken van het genot én het ontbreken van de herstelplicht (7:210 lid 1 BW). De verhuurder heeft geen herstelplicht voor gebreken waarvan herstel onmogelijk is, of waarvan het herstel zo kostbaar is dat herstel niet van de verhuurder verlangd kan worden (7:206 lid 1 BW). Wanneer het gaat om een gebrek dat niet op grond van 7:206 BW verplicht verholpen moet worden maar wel het huurgenot onmogelijk maakt, is niet alleen huurder, maar ook verhuurder gerechtigd om te ontbinden (7:210 lid 1 BW, buitengerechtelijk);
  • Ontbinding ter verwezenlijking van een geldend bestemmingsplan (7:281 lid 1 BW). Een verhuurder die als rechtsopvolger (7:226 BW) eigenaar is, kan direct ontbinding vorderen omwille van het bestemmingsplan (7:281 lid 1 BW). Een verhuurder die op grond van een bestemmingsplan ontbindt, wordt wel schadeplichtig jegens de huurder;
  • Buitengerechtelijke ontbinding na sluiting gehuurde van overheidswege (7:231 lid 2 BW, buitengerechtelijk). Het moet dan gaan om algemene verstoring van de openbare orde (174 & 174a Gemeentewet), vervaardiging, aanwezigheid of handel in verboden drugs (13b Opiumwet) of bedreiging van de leefbaarheid door een doen of nalaten (17 jo.1a-b Woningwet). Bij buitengerechtelijke ontbinding hoeft de verhuurder niet naar de rechter om de huurovereenkomst te laten ontbinden, maar kan de verhuurder de huurovereenkomst zelf ontbinden door middel van een brief aan de huurder.

Beëindiging huurovereenkomst met wederzijds goedvinden

Artikel 7:271 lid 8 BW bepaalt dat, indien huurder en verhuurder een beëindigingsovereenkomst sluiten, de overige leden van het artikel met opzeggingsformaliteiten niet van toepassing zijn. Net als bij andere overeenkomsten kunnen huurder en verhuurder samen besluiten de huurovereenkomst te beëindigen. Een beëindigingsovereenkomst is alleen rechtsgeldig als deze is gesloten nadat de huur is ingegaan. Deze bepaling is ter bescherming van de huurder. Voorkomen moet worden dat huurder al bij voorbaat (gedwongen) afziet van zijn recht op huurbescherming.

Meer huurrecht-gerelateerde onderwerpen >

Advocaten

Vorige slide
Volgende slide

Glenn Kerver

Aansprakelijkheidrecht, Huurrecht, Letselschade, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat

Marie-Christine Veltkamp-van Paassen

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat
Raymond de Mooij

Raymond de Mooij

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat

Stephanie de Wit

Insolventierecht, Ondernemingsrecht Lees meer over deze advocaat

Zoë Ris

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat
Annemiek Noordermeer-van der Heide

Annemiek Noordermeer-van der Heide

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat

Floortje Klapwijk

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat

Ruben Maassen

Huurrecht, Vastgoedrecht Lees meer over deze advocaat
Alle advocaten

Op zoek naar een huurrecht advocaat in Den Haag?

Ons team van ervaren huurrecht advocaten staat voor u klaar.

Heeft u een vraag of wilt u juridisch advies? Neem gerust contact met ons op.

Misschien vindt u dit ook interessant

10 maart 2026

Wijzigingen in Huisvestingsverordening Den Haag: woningsplitsing en hospita-verhuur

De gemeente Den Haag heeft haar regelgeving aangepast met het oog op het creëren van meer woonruimte zonder nieuwbouw, maar mét behoud van de leefbaarheid. Per 1 april 2026 gelden o.a. de volgende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Den Haag.

Lees meer

Lees meer over

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over

11 november 2025

Kun je in het vastgoed- en huurrecht aanspraak maken op een immateriële schadevergoeding?

De laatste jaren krijgen wij steeds meer vragen over de vergoeding van immateriële schade. Met name expats zijn gewend dat er naast een materiële schadevergoeding ziend op de daadwerkelijk gemaakte kosten, ruimte bestaat voor een vergoeding van minder concrete schade.

Lees meer

Lees meer over

18 september 2025

Opzegging huurcontract wegens dringend eigen gebruik: wat zijn de regels voor verhuurders?

Huurders van woonruimte kunnen een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder reden opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn die gelijk is aan de betalingstermijn van de huur (tenzij een minimumduur is overeengekomen). Dat geldt niet voor de verhuurder.

Lees meer

Lees meer over

25 augustus 2025

Who’s that girl? – Verboden onderhuur en ontruiming

Het is een huurder van woonruimte in beginsel niet toegestaan de woning aan een ander te verhuren. Recentelijk stonden wij een verhuurder bij die werd geconfronteerd met een haar onbekende onderhuurster. Rechtvaardigt dit ontbinding van de huurovereenkomst, en is het mogelijk om in kort geding ontruiming van de woning te bewerkstelligen?

Lees meer

Lees meer over

31 juli 2025

Wanneer mag een verhuurder een gehuurde woning betreden?

Een vraag die wij vaak krijgen: “Mag ik de door mij verhuurde woning binnengaan zonder toestemming van de huurder?” Verhuurders willen graag weten of hun woning goed verzorgd wordt en of een huurder de woning gebruikt volgens de gemaakte afspraken.

Lees meer

Lees meer over