Onderhuur – bedrijfsruimte

Bedrijfsruimte 7:221/ 7:119/ 7:306

De huurder van een bedrijfsruimte is bevoegd tot onderverhuur, tenzij de huurder mag aannemen dat de verhuurder redelijke bezwaren zal hebben tegen de onderverhuur. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de bedrijfsactiviteiten van de onderhuurder een verhoogd risico op schade aan de bedrijfsruimte geven. Verder is de huurder niet bevoegd tot onderverhuur, indien dit contractueel verboden is. Als de huurder desondanks de bedrijfsruimte onderverhuurt, pleegt de huurder wanprestatie ten opzichte van de verhuurder. Als de huurder de bedrijfsruimte onderverhuurt, is de huurder aansprakelijk is voor de gedragingen van de onderhuurder.

Einde van hoofdhuurovereenkomst

In praktijk ontstaat vaak discussie over de vraag of de onderhuurovereenkomst blijft bestaan, als de hoofdhuurovereenkomst is geëindigd. In beginsel zal de onderhuurovereenkomst niet eindigen. Echter, omdat de onderverhuurder nog geen relatie heeft met de verhuurder, zal de onderhuurder zonder recht of titel in het gebouw verblijven.

290-bedrijfsruimte

Voor “290-bedrijfsruimte” (onder meer winkels en horeca) bepaalt de wet specifiek dat de onderhuurovereenkomst eindigt op het moment dat de hoofdhuurovereenkomst is geëindigd. Dit is echter enkel het geval wanneer de rechter de beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst heeft uitgesproken. De wet bevat geen specifieke regelingen indien het gaat om “230a-bedrijfsruimte”.

Artikelen

Corona en de huur van horeca-/winkelruimte
Huur en brandpreventie
De diplomatenclausule
Column Raymond
Biedt het Steunakkoord verhuurders echt steun
Column Raymond de Mooij
corona huur bedrijfsruimte
Verhuurder vs. curator
Het lelijkste meisje van de klas
De-aangetekende-brief-achterhaald
Moord-op-de-rechtsstaat
Vrouwen-en-vlaaien
Italiaans restaurant
Het vogeltje

Het vogeltje

Het-gevaar-van-de-gebruiksvergoeding-in-het-leegstandscontract
Rioollucht

Rioollucht